Hans Ree

Foto: Bas Beekhuizen

Grootmeester Hans Ree (1944) is schrijver en columnist. Ree werd vier keer kampioen van Nederland: in 1967, 1969, 1971 en 1982. Alleen Max Euwe, Jan Timman en Loek van Wely behaalden meer nationale titels. Andere successen waren een gedeeld derde plaats in het IBM-toernooi in1968 en een gedeeld eerste plaats met Boris Spasski in een open toernooi in Vancouver in 1971. Later dat jaar won hij in een tweekamp van Donner met 4½-3½. Van 1966 tot 1984 speelde hij voor de Nederlandse Olympiadeploeg.

Ree heeft een schaakrubriek in NRC Handelsblad. Gebundelde schaakcolumns verschenen in: In den eerste stoot pat (1979), Wat een kracht! Wat een gratie! (1997) en Schitterend schaak! (1999). In Mijn schaken (2010) blikt Ree terug op zijn schaakleven.
Voor zijn verdiensten voor het Nederlandse schaak, ontving Ree in 2001 de Euwe-ring als opvolger van Hans Böhm. Op 7 augustus 2007 droeg hij deze ring over aan Genna Sosonko.

Over Max Euwe schrijft Ree o.a. in Mijn Schaken: ‘Wat Willem de Zwijger voor Nederland is, is Euwe voor de Nederlandse schaakwereld: de Vader des Vaderlands. Het bloeiende schaakleven dat we hier sinds de jaren dertig hebben, danken we aan hem.’

Op 15 november verzorgt Hans Ree een lezing over Max Euwe.

Over Mijn Schaken: ‘Tijdens zijn actieve schaakloopbaan speelde Hans Ree tegen bijna alle grote schakers, onder wie acht wereldkampioenen, van Max Euwe tot Anatoli Karpov. Mijn schaken gaat over hen, maar ook over andere schakers en schrijvers uit het verleden die door Ree worden vereerd.’
Uitgeverij Atlas

‘Een grootmeester, een briljante schrijver en onderzoeker die de controverse niet uit de weg gaat. [...] Ree is de ideale schaakjournalist.’– Jon Speelman, The Observer

Bibliografie: In den eersten stoot pat (1979); Een man merkt nooit iets (1985); Wat een kracht, wat een gratie (1986); Een blinde reus (1989); Rode en zwarte dagen (1993); Schaakstukjes (1993); Zwerft uit! (1996); Schitterend Schaak (1997); Holland verlicht (1998); The Human Comedy of Chess (1999); God is niet koppig (2002); Mijn Schaken (2010).